Waarom goede voornemens weinig goeds beloven
Nu we het nieuwe jaar ingaan, zie ik ze weer overal opduiken: de goede voornemens, de uitgebreide lijstjes en to do’s, de wilde plannen voor het nieuwe jaar. Ook bij mijn cliënten trouwens.
En hoewel goede voornemens voor sommige mensen houvast geven, merk ik toch vaak hoe ze steeds weer op teleurstelling uitdraaien. Teleurstelling over wat er niet is afgevinkt. Over wat er niet is gelukt. “Ik ben weer niet afgevallen”. “Ik heb weer niet consequent gitaar geoefend”. “Ik ben weer geen drie keer per week gaan hardlopen”.
Het probleem met goede voornemens is dat ze ons vaak in een strak keurslijf duwen. Ze vertrekken vanuit sociale druk en onrealistische verwachtingen, en gaan meer over hoe we denken te moeten zijn. Ze komen van buitenaf, in plaats van van binnenuit.
Vaak gaat het om ‘geleende’ doelen: doelen die we overnemen van anderen, of van normen die ons (impliciet) worden opgelegd door onze omgeving, de maatschappij of sociale media. Denk aan regels over wat we wel of niet mogen eten, de 10.000 stappen die we zouden moeten zetten, de 10 kilometer die we moeten kunnen hardlopen, of een bepaald streefgewicht dat we moeten bereiken. Het liefst van al meten we dat dan ook nog eens via allerlei appjes, alsof we het luisteren naar ons eigen gevoel nog liever uitbesteden aan een toestel…
En hoewel zulke voornemens op zich niet verkeerd hoeven te zijn (als het werkt, waarom ook niet) worden ze al snel zwaar wanneer ze losstaan van wat we zelf belangrijk vinden. Wat begint als een mooie intentie, begint aan te voelen als ‘moeten’. En dat houden we natuurlijk niet lang vol. Daarenboven zien mensen niet meer wat er onderweg wél veranderde of goed ging. Misschien heeft het hardlopen plaats gemaakt voor een andere sport in de loop van het jaar? In de plaats van dat te zien, ligt de focus meestal op wat er niet is gelukt.
Daarom vind ik het veel krachtiger om te werken met waarden. Om een bepaalde richting of intentie te formuleren waarnaar je wil bewegen. Dat geeft veel meer ruimte en rust. Want hoeveel aandacht je aan een waarde geeft of hoe ze ingevuld wordt, kan doorheen het jaar wel wat verschuiven, hoewel de waarde zelf wél in het vizier blijft.
Neem bijvoorbeeld de waarde creativiteit. Voor mij uit zich dat de ene periode in schrijven of werkvormen bedenken, op andere momenten in dromen over de richting die ik professioneel wil uitgaan in de toekomst. En wie weet ooit in een opleiding zoals een schrijfcursus.
Wanneer je alleen oog hebt voor concrete activiteiten, kan het niet afvinken ervan al snel aanvoelen als falen. Wie werkt met waarden, blijft zoeken naar manieren om ze vorm te geven en laat zich minder ontmoedigen wanneer er tijdelijk wat minder ruimte voor is.
Daarom ben ik ook zo’n fan van Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Het schuift waarden naar voren als een manier om betekenis te vinden en te blijven zoeken, zelfs met omwegen. Want ook als je even een zijweg inslaat, kan je koers houden zonder dat alles per se moet of zwaar begint te voelen.
Waarden zijn een kompas, geen eindbestemming die je moet bereiken.