Betekenis vind je niet alleen in je hoofd
Betekenis vinden.
Ik heb die twee woorden altijd een mooie samenvatting gevonden van waardenwerk (als kernprincipe binnen Acceptance and Commitment Therapy ). Heel vaak lijken mensen de zoektocht naar zichzelf te zien als iets wat ze snel kunnen fixen met wat zelfreflectie. “Met die oefeningen ga ik het weten”. Zelden met veel succes.
Zelf zocht ik ook jarenlang naar antwoorden in mijn hoofd. Ik wilde graag iets doen als ondernemer naast mijn cliëntenwerk, maar wat? Heel lang puzzelde ik aan een stresstraject zonder goed te weten wat ik er nu eigenlijk mee wilde doen…
Tot ik op zolder een oude poëziebundel terugvond die me herinnerde aan het feit dat ik als kind vaak schreef. Gedichtjes. Lossen zinnen op papier. Als puber maakte ik ooit een muziekmagazine.
Omdat ACT me leerde dat je kindertijd vaak sporen bevat van wat écht bij je past, nog vóór je je aanpast aan alles en iedereen, ben ik opnieuw gaan schrijven. Gewoon voor de fun. En toen gebeurde er eigenlijk iets heel bijzonder.
Door hobby-gewijs teksten te schrijven op mijn Instagramaccount @depoeziepsycholoog, vaak ACT-geïnspireerd, popte het idee van een kaartendeck op. Niet veel later ontstond het plan van een alomvattende ACT-toolbox. Eentje die toeliet om heel erg op maat te werken van cliënten. En daarmee had ik dus plots een concreet idee.
Achteraf zie ik nu dat schrijven altijd al een rode draad voor me was. Ik heb altijd veel voldoening gehaald uit het bedenken van inhoud voor trainingen of het schrijven van boeken. Het schrijven lag bijna letterlijk voor mijn neus. En toch kon ik daar rationeel, met mijn hoofd, niet ‘bij’. Het is pas toen ik alle verwachtingen losliet, door af en toe iets waardevols te doen, dat betekenis bijna vanzelf naar boven kwam.
Daarom vind ik het zo belangrijk dat we als ACT-therapeuten klassieke waardenoefeningen die vooral het denken aanspreken (zoals een waardenlijst), aanvullen met andere werkvormen die vertrekken vanuit voelen of doen.
Cliënten die sterk in hun hoofd zitten, zullen zich aanvankelijk wel het meest comfortabel voelen bij die typische reflectieopdrachten. Dat is omdat denken hun ingang is (voor anderen kan dat voelen of doen zijn). Maar precies door daar te beginnen, ontdekken ze gaandeweg dat begrijpen alleen meestal niet de oplossing is. In die ervaring ontstaat dan ruimte om iets anders te proberen. Om meer te gaan ervaren en doen. En dan hebben we andere werkvormen nodig.
Dan kunnen we cliënten bijvoorbeeld uitnodigen om eens iets te doen wat ze als kind graag deden. Hen laten opmerken waar ze energie van krijgen. Hen vragen wat foto’s te maken van wat voor hen waardevol is.
Zo merken ze dat betekenis niet altijd meteen ontstaat, maar zich ook 'al doende' kan ontvouwen. Vergelijk het een beetje met rijden in het donker. Soms moet je gewoon beginnen rijden, zelfs al kan je je eindbestemming nog niet zien. Het is net door te rijden, dat je weg beetje bij beetje zichtbaar wordt. En je pad zich onderweg ontvouwt.
Betekenis kan je dus niet altijd bedenken.
Betekenis moet je soms gewoon vinden. Met tijd, geduld en opmerkzaamheid.
En de bereidheid om te zoeken.