Sara Backx Sara Backx

Wanneer je ACT-interventie niet landt

Soms werk je rond een relevant ACT-proces en toch lijkt je interventie niet helemaal te landen. Misschien gaat het dan niet alleen om WAT je doet, maar ook om HOE je het aanbiedt. In dit artikel verken ik hoe afstemmen op de ingang van je cliënt, via denken, voelen of doen, een extra laag kan toevoegen in het flexibel werken met ACT.

Afstemmen op proces én ingang: flexibel en integratief werken met ACT

Als integratief psychotherapeut ben ik fan van procesgericht werken: niet een vooraf uitgestippeld protocol volgen, maar kijken naar wat er bij deze cliënt, in deze context en op dit moment gebeurt om vervolgens flexibel te schakelen tussen de verschillende ACT-processen.

Dat flexibel schakelen zorgt ervoor dat je meer kan afstemmen op wat je cliënt op dat moment nodig heeft. Een beetje zoals Dancing with the Stars in de therapiekamer dus (zonder de glitterpakjes).

Toch merkte ik doorheen de jaren dat dat dansen soms alsnog wat stroef verliep. Want zelfs wanneer ik het gevoel had dat ik rond een relevant ACT-proces werkte, zag ik dat een interventie niet altijd ‘landde’ bij een cliënt. Reflectievragen werden gevolgd door heel veel “Ik weet het niet”. Stilstaan bij een gevoel riep weerstand op (“te zweverig”). Of cliënten wilden alleen maar concrete stappen zetten of tips krijgen, zonder goed te weten wat ze nu eigenlijk wilden of voelden.

Vanuit de integratieve psychotherapie leerde ik dat dit te maken kan hebben met de ingang van de cliënt (met nadruk op ‘kan’, want het is uiteraard zeker niet de enige reden waarom een interventie niet landt). De ene cliënt zit gemakkelijk ‘in zijn hoofd’, de andere leeft meer vanuit zijn gevoel en nog een andere wil vooral doen. En haal je iemand in het begin van een begeleiding te ver uit zijn vertrouwde manier van functioneren, dan wordt er weleens afgehaakt. Hoe zou je zelf zijn natuurlijk.

Dat idee maakte me nieuwsgierig naar een tweede vorm van afstemming.

Niet alleen: welk ACT-proces vraagt aandacht (WAT)? Maar ook: hoe kan ik daaraan werken op een manier die past bij de ingang van mijn cliënt (HOE)?

Proces en ingang

Ik begon wat te experimenteren met proces én ingang. In het begin van mijn begeleiding stemde ik ACT-interventies relatief sterk af op de voorkeursingang van mijn cliënt, ongeacht het ACT-proces.

Terzijde: die ingangen zijn natuurlijk geen vaste ‘types’ en al zeker geen diagnose. Niemand is 100% ‘denker’, ‘voeler’ of ‘doener’. Voor mij waren ze vooral een extra handvat om ACT-interventies in te zetten op een manier die voor de cliënt meer vertrouwd en toegankelijk voelt.

Werkte ik bijvoorbeeld rond acceptatie, dan ging ik bij een cliënt die gemakkelijk reflecteert (ingang denken) eerst op een cognitieve manier onderzoeken wat hij probeert te controleren of vermijden, hoe dat werkt op korte termijn en welke prijs hij daarvoor betaalt. Was het waardenwerk, dan koos ik aanvankelijk ook daar een meer reflectieve ingang. Ik startte dus met een route die voor de cliënt vertrouwd en toegankelijk voelde.

Van aansluiten naar verruimen

Gaandeweg, vanuit die veilige basis, begon ik dan te verruimen. Dat is wel een belangrijke stap. Want het uiteindelijke doel is natuurlijk niet dat iemand steeds vanuit dezelfde ingang blijft functioneren, maar net dat er meer flexibiliteit ontstaat. Dat iemand dus gemakkelijker kan schakelen tussen denken, voelen en doen.

Na een tijdje begon ik dan ook bewust met andere ingangen te experimenteren, vooral wanneer ik merkte dat de voorkeursingang de ontwikkeling van het ACT-proces in de weg stond.

Bij een cliënt die gemakkelijk reflecteert, kan het blijven denken, analyseren en verklaren bijvoorbeeld acceptatie in de weg gaan staan. Dan kan het zinvol zijn om geleidelijk te verschuiven van begrijpen naar ervaren: wat gebeurt er als we even niet proberen het gevoel te verklaren, maar opmerken hoe het zich hier en nu aandient?

Maar evengoed kan die reflectieve ingang bij waardenwerk wél voldoende beweging brengen. Het gaat dus niet om een ‘goede’ of ‘slechte’ ingang, maar om de vraag of die ingang het ACT-proces ondersteunt of op termijn juist begint te belemmeren.

ACT in combinatie met integratief werken

Door ACT op deze manier te combineren met principes uit de integratieve psychotherapie merkte ik dat er iets veranderde. Ik merkte dat cliënten ‘meer mee waren’ wanneer ik niet alleen afstemde op het ACT-proces, maar ook op hun ingang. En ook zelf had ik meer flexibiliteit: ik kon hetzelfde proces op verschillende manieren benaderen.

Tegelijk begon ik daardoor ook met een andere blik naar mijn ACT-interventies te kijken. Als ik rond acceptatie, defusie of waarden wilde werken: welke mogelijkheden had ik dan eigenlijk voor iemand die vooral via denken aanhaakt? En welke voor iemand die gemakkelijker leert door te voelen of te doen?

Ik ontdekte dat mijn eigen gereedschapskist niet voor elk ACT-proces even goed gevuld was voor elke ingang. Daarom ben ik doorheen de jaren zelf interventies en tools beginnen aanpassen, ontwikkelen en schrijven. Wat ik niet zo erg vond, want ik schrijf gelukkig graag!

Daaruit ontstond mijn eigen manier van werken met ACT: flexibel én afgestemd op de ingang van de cliënt, met ruimte om te variëren tussen denken, voelen en doen.

Dat is uiteindelijk waar Anders met ACT voor mij over gaat. Niet anders dan ACT. Wel een extra laag afstemming bovenop een kader dat op zichzelf al behoorlijk flexibel is. 😉

Wil je hier zelf mee aan de slag? In het gratis actiekompas vind je een stappenplan voor flexibel afstemmen op proces én ingang, een checklist om de ingang van je cliënt te verkennen en twee concrete ACT-werkvormen.

Meer lezen